Knotberken met vrouw en schaapskudde [JH 469] , Nuenen – maart 1884 (39,5 x 54,2 cm)

Onlangs bezocht de Nuenense beeldhouwer Willem van Leeuwen het Vincentre.

Daar stelde hij aan vrijwilliger Peter Bastiaans een vraag over de vrouw die te zien is op de tekening “Knotberken” [JH 469] (1) van Vincent van Gogh.
Van Leeuwen wil van deze vrouwspersoon een houten beeld maken van ongeveer 1.60 meter hoog. Hij vroeg zich daarom af hoe deze vrouw er “en face” zou kunnen uitzien. Peter stuurde mij die vraag door en ik ging op zoek naar mogelijke antwoorden.

Dat Willem van Leeuwen een beeld wil maken van deze vrouw was een idee van Jack Aldenhoven en Fons Linders. Zij hebben begin februari van dit jaar achttien jaar oude (en al 10 jaar geknotte) knotberken laten planten op hun eigen terrein nabij de Hooidonkse beek. Ook hebben zij daar, overeenkomstig het beeld op de tekening, een deel van een sloot gereconstrueerd. De locatie voor deze reconstructie is willekeurig  gekozen. Wel krijg je hier een mooie indruk van de situatie die Vincent getekend heeft. Bezoekers kunnen binnenkort hier als het ware in een werk van Van Gogh wandelen.

houten hooihark

Op de pentekening is een vijftiental geknotte bomen(2) te zien, een begroeide sloot, een boerenvrouw op de rug gezien en een kudde weglopende schapen met een schaapsherder. Bomen spelen vaak een belangrijke rol in Van Goghs werk en vormen in veel gevallen zelfs het hoofdmotief(3).  Linksonder staat een (wilgen?)struik met katjes aan de slootkant. Als je goed kijkt, zie je dat de vrouw een houten hark over haar rechterschouder draagt. Die hark ‘wijst’ naar achter.
Op onderzoek in het Boerenbondsmuseum(4) in Gemert hoorde ik dat een dergelijke hark (ook wel ‘rijf’ genoemd) voornamelijk werd gebruikt als hooihark. Boerinnen gebruikten de hark ook bij het verzamelen van gemaaide begroeiing van slootranden. Het “oogstmateriaal” werd als strooisel gestort in de potstal of diende als voer voor het vee. Zulke houten harken werden door de boeren vaak zelf gemaakt.

krapzeis
Als we meer in detail de tekening bestuderen zien we dat de vrouw over haar schouders nog iets anders draagt! Wat tekende Vincent hier? Dat kan toch geen hand zijn?. Ik vroeg mij af: “Wat voor werktuigen heb je nog meer nodig om de slootrand te maaien?”
Zou het een kleine ‘krapzeis’ kunnen zijn? Toevallig bezit ik zo’n oude krapzeis (ook wel handzeis of vlakzeis wordt genoemd).
Langs de slootkanten groeien beemdgrassen, blad van de pijpestrooi en kleine heibosjes.
Het groen werd gegeten door de schapen en de koeien; de wortel (de ‘risoom’) bleef staan zodat die weer kon uitschieten.

mijn oude krapzeis

De kleine zeis die Vincent mogelijk hier heeft afgebeeld, heeft geen rechte steel. Met enige goede wil kun je in de rechterflank van de vrouw die hoekige vorm van de steel zien. Een zeis droegen de boeren in een jutte zak als bescherming. Dat verklaart dan het voorwerp, dat in andere arcering is getekend en vóór de vrouw lijkt te zweven. Als tegenwerping merkten kenners bij het Boerenbondsmuseum op dat je een (grote) zeis nooit vóór je uit draagt. Dit om te voorkomen dat je er in zou kunnen vallen.

 


detail van de tekening

Aan de linkerzijde van de lange rokken van de vrouw lijkt nòg een gereedschap zichtbaar. Dat zou platte steekschep kunnen zijn die zij dan in haar linkerhand vasthoudt.

verkoopwaardig
In de hoek linksonder is het werk door Vincent gesigneerd. Dat geeft aan dat hij het werk waardig vond voor de verkoop. Ook het kader dat hij als rand tekende wijst op de verkoopwaardigheid die Vincent het werk gaf. Ook de schaapskudde met herder zijn waarschijnlijk toegevoegd om de verkoopbaarheid te vergroten. Schaapskuddes waren in zijn tijd een gewild onderwerp. Vincent was jaloers op de grote hoeveelheden schaapstaferelen die zijn aangetrouwde neef, de Haagse schilder Anton Mauve verkocht met name in de Verenigde Staten.

Waarschijnlijk heeft Vincent op locatie eerst de potloodtekening maakte van het landschap. Mogelijk heeft hij daarna, vanwege de “commercie”, bij het uitwerken in zijn atelier de figuren en de schaapkudde er aan toegevoegd. Hij maakte dan vaak gebruik van tekeningen van modellen die hij eerder had gemaakt.
Omdat er verder geen herkenbare elementen op deze tekening staan, is het moeilijk om een exacte locatie(5) aan te wijzen waar Vincent van Gogh in Nuenen of omgeving dit tafereel gezien heeft. De enige aanwijzing zou de hoekige vorm van de sloot of beek kunnen zijn. Daarmee is de gekozen plek bij de hoekige loop van de Hooidonkbeek heel aannemelijk.

De tekening ‘Knotberken met vrouw en schaapskudde’ [JH 469] is in bezit geweest van Vincents oudste zus Anna van Houten-van Gogh. Zij was bevriend met de schilder Hendrik Joan Calkoen die deze van haar overnam. Uit zijn boedel is die verworven door de Theo van Gogh-stichting. In 1965 maakte de tekening onderdeel uit van de Van Gogh-tentoonstelling in het gemeentehuis van Nuenen. Er is nog zó veel meer interessants te vertellen over Vincents beroemde tekening.

Over enige tijd, als de plek flink begroeid is, is het zeker de moeite waard om tussen de knotberken door in deze tekening van Van Gogh te wandelen. Misschien ontmoet je daar de boerenvrouw of de herder met zijn schapen…

 

Bronnen:

  1. Jan Hulsker, Van Gogh en zijn weg, het complete werk, 1977 Amsterdam, blz. 110-111
  2. https://www.mooirooi.nl/nieuws/algemeen/46631/bijzondere-bomen-in-rooi
  3. Sjraar van Heugten, Vincent van Gogh Tekeningen Nuenen 1883-1885, deel 2, Van Goghmuseum Amsterdam, blz. 87
  4. J. Huijben, Boerenbondsmuseum Gemert (https://www.boerenbondsmuseum.nl/)
  5. Gerard Netten, Remmet van Luttervelt, www.vanGoghLocations.com